Anansi uitgelicht/ taalkundig perspectief

Anansi belichaamt tegenstellingen en is daardoor een gecompliceerde figuur: hij is mens en dier, slim en dom, aards en spiritueel. Hij is een zogenaamd limineel figuur, niet te categoriseren, moeilijk volledig mee te identificeren, ambivalent. Zijn avonturen bevatten vele monstrueuze elementen: banale viezigheid, poep en pies, acties die niet door de beugel kunnen. Sommige vertellers of instituties hebben getracht Anansi te kuisen tot een truttige, brave Anansi, maar het wezenlijke van het karakter gaat daarmee verloren. Juist zijn gespletenheid maakt hem een dankbaar onderzoeksonderwerp.
Anansi en zijn vertellers.

Daarnaast is het interessant hoe de verhalen zich verhouden tot de vertellers. Hoe word je verteller? Hoe is het om als verteller te mislukken? Het vertellen van een verhaal vindt plaats in de context van een performance. De relatie verteller-publiek is nooit egalitair. Het is goed te kijken naar de rol van het boek, de radio, video en internet in de performance. Het lijkt erop dat deze media de weg terug leiden naar nieuwe vertelcontexten. Er is dus sprake van een bepaalde intermedialiteit. Feit is dat mensen zich via verhalen bewust worden van hun geschiedenis en hun plaats in de wereld. Overleven door te overleveren. Onderzoeken van de intermedialiteit kan leiden tot nieuwe historische en sociale perspectieven binnen het Anansi discours.
Symposium

Op 15 juni 2007 vond het Anansi Masters symposium plaats in het Meertens Instituut. Voor een volle zaal sprak een aantal genodigden over hun ervaringen met Anansi-onderzoek. Hieronder een selectie uit hun presentaties.

Theo Meder: ‘Zoals Nanzi zijn er vele trickster-figuren bekend in volksverhalen: denk aan Reynaard de Vos, Broer Konijn, Tijl Uilenspiegel en Nasreddin Hodja. Toch spannen Anansi de Spin en collega Reynaard de Vos absoluut de kroon in egoïsme en immoraliteit: ze jagen met het meeste plezier hun eigen vrienden en gelijken de dood in om er zelf beter van te worden. Ondanks die donkere kant van hun persoonlijkheid oogsten ze ook veel sympathie vanwege hun vermogen ondanks alles te overleven.’

Michiel van Kempen: ‘Werkend aan de biografie van Albert Helman heb ik de oudste bronnen weten te traceren waaruit deze bekende Surinaamse schrijver heeft geput. Dit zijn ook de bronnen van de in zijn voetsporen getrede dochter, de illustratrice en schrijfster Noni Lichtveld. Ze gaan generaties terug tot familieleden die de slavernij nog hebben meegemaakt. Wil je de geschreven literatuur van Suriname begrijpen, dan moet je de orale literatuur bestuderen. Veel van de eigenheid van de Antillen, Aruba en Suriname schuilt namelijk in deze orale traditie.’

copyright Mathijs Stegink en Michael Veerman

Angèle Jorna: ‘Als vertelster ben ik altijd geboeid geweest in de opvoedkundige waarde van verhalen. In Afrika, waar ik veel heb gereisd, spelen verhalen een grote rol in het ontwikkelen van normen en waarden. De listen van de verschillende Afrikaanse tricksters worden in nagesprekken vaak besproken en geanalyseerd. Kinderen worden zo al op vroege leeftijd uitgedaagd om goede van foute keuzes te onderscheiden.’

Rose Mary Allen ‘De Nanzi-verhalen op Curaçao zijn vanaf de zestiger jaren baanbrekend onderzocht door Elis Juliana en Pater Brenneker. De verhalen maken deel uit van een complexe verteltraditie, sterk geworteld in het slavernijverleden. Een groot deel van de Nanzi-verhalen is, vooral door toedoen van zwarte kindermeisjes in blanke families, tot het publieke domein gaan behoren. Daarnaast zijn er ook vele verhalen en liederen, bijvoorbeeld in de geheime slaventaal Guené, die verborgen zijn gebleven.’

Bekijk  hier de video van het Symposium.